Herinneren is een van de mooiste woorden die het Nederlands kent. Herinneren: opnieuw verinnerlijken. Soms met het zuivere doel het verleden te laten herleven, maar vaak ook omdat je op basis van je herinnering tot actie wilt overgaan.
Dit jaar bestaat het Openbaar Ministerie (als onderdeel van de rechterlijke macht) tweehonderd jaar. Zo’n eeuwfeest is belangrijk en waardevol: als moment van bezinning (dat is de eerste vorm van herinneren) én om daarna met extra inzet verder te kunnen gaan (dat is de tweede vorm van herinneren). Reculer pour mieux sauter.
Eigenlijk is het met een jaarbericht niet anders. Het is een terugblik die niet alleen interessant is voor de geïnteresseerde buitenwereld, maar ook voor de organisatie zelf. Wat waren onze plannen en wat is ervan terecht gekomen? Met als doel om daarna gericht een nieuwe sprong naar voren te kunnen maken.
Kijkend naar het jaar 2010 vallen mij verschillende zaken in positieve zin op. Bijvoorbeeld dat het Bureau Ontnemingswetgeving OM vorig jaar ruim 55 miljoen euro aan crimineel vermogen heeft geïncasseerd. Dit betekent dat de stijgende trend van afgelopen jaren zich doorzet, want in 2009 bedroeg dit bedrag zo’n 50 miljoen. Natuurlijk is dit ten opzichte van de omvang van de criminele winsten een gering bedrag. Maar als ontwikkeling is het bemoedigend. Te meer daar er mede dankzij het strafrechtelijke opsporingsonderzoek en de vervolging ook nog eens miljoenen naar de slachtoffers en naar instanties als de Belastingdienst zijn gegaan.
Positief vind ik ook dat het huisverbod – dat burgemeesters sinds 2009 kunnen opleggen aan verdachten van huiselijk geweld – vorig jaar ruim 2.800 keer is uitgevaardigd. Blijkbaar heeft dit nieuwe bestuursrechtelijke instrument zijn weg naar de praktijk inmiddels gevonden. Het vormt daarmee een goede (preventieve) aanvulling op de strafrechtelijke aanpak van huiselijk geweld. De combinatie lijkt succesvol: de instroom van huiselijk-geweldzaken bij het OM is afgelopen jaren gedaald van 14.000 in 2008 naar 10.500 in 2010.
Maar natuurlijk verloopt niet alles even voortvarend. Zo is in 2010 hard gewerkt aan een systeem van automatische nummerherkenning dat moet voorkomen dat advocaten per abuis getapt worden. Helaas is er door technische problemen vertraging ontstaan. Naar verwachting wordt het systeem medio 2011 in gebruik genomen.
Minstens zo interessant is het om wat verder terug te blikken. Vorig jaar liep namelijk onze middellange-termijn-strategie ‘Perspectief op 2010’ af die het OM eind 2006 had uitgebracht. Een belangrijke ambitie van ‘Perspectief op 2010’ was de maatschappelijke oriëntatie van het OM te versterken. Met als doel het strafrecht beter in te bedden in een brede aanpak van criminaliteit, van preventie tot nazorg. Zijn we hierin in redelijke mate geslaagd?
Een uitvloeisel van die ambitie is in elk geval het landelijk netwerk van veiligheidshuizen dat afgelopen jaren tot stand is gekomen. Daarin richten het OM, de politie, de gemeente en zorginstellingen zich op het bestrijden van overlast, jeugdcriminaliteit en veelplegers. Recente rapportages laten voor het eerst en voorzichtig zien dat deze aanpak vruchten afwerpt.
De brede benadering zie je ook steeds meer terug in onze aanpak van georganiseerde criminaliteit. Samen met partners als gemeenten, de Belastingdienst, woningbouwverenigingen en Kamers van Koophandel proberen we barrières op te werpen voor onder meer hennepteelt, mensenhandel en vastgoedfraude. Het startpunt daarbij is niet een enkel delict maar het hele veiligheidsprobleem.
Een dergelijke cultuuromslag vergt tijd. Toch zie je langzaam maar zeker dat uitsluitend ‘zaken afdoen’ als OM-doel vervangen wordt door: ‘hoe komen we aan de voorkant van het probleem?’
Die lijn gaan we doorzetten in onze nieuwe strategie ‘Perspectief op 2015’ die momenteel in de afrondingsfase is. En we voegen er nieuwe elementen aan toe om de ambitie van het kabinet-Rutte om Nederland veiliger te maken, handen en voeten te geven.
We gaan bijvoorbeeld de afhandeling van veelvoorkomende criminaliteit (zoals inbraak, mishandeling en vernieling) versnellen via het programma ZSM. Het doel is om binnen een paar uur na het delict een beslissing te kunnen nemen over de afdoening (ook buiten kantoortijden). In het geval van lokaal ernstige criminaliteit (zoals geweldsincidenten) willen we samen met de politie twee keer zoveel daders opsporen en vervolgen met meer aandacht voor slachtoffers.
De aanpak van misdaadorganisaties moet gerichter en intensiever. Op dit moment wordt door capaciteitsproblemen gemiddeld slechts een vijfde van de criminele groeperingen die zich bezighouden met heroïne- en hennephandel, witwassen en mensenhandel, opgespoord en vervolgd. De politie en het OM willen twee keer zoveel criminele groepen aanpakken. We gaan met extra inzet ondermijnende criminaliteit als cybercrime en misbruik van financiële en handelskanalen aanpakken en het criminele vermogen zo veel mogelijk afpakken.
Forse ambities, zoals hoort in een middellangetermijnstrategie. Wij gaan er alles aan doen om die waar te maken. Maar dat kan het OM niet alleen. Immers, werken aan veiligheid is niet het monopolie van het OM. Wij zijn in essentie verantwoordelijk voor de repressie. Maar voorkomen is altijd beter dan genezen. En dat is een zaak waarbij andere overheden, bedrijven en burgers een belangrijke rol spelen. Vooral gemeenten nemen deze handschoen steeds meer op.
Aan het OM de opdracht om de samenwerking te zoeken met deze nieuwe partners. Dat begint met het formuleren van gemeenschappelijke opgaven. Die zijn er volop. Zo groeien lokale en nationale prioriteiten steeds meer naar elkaar toe. Georganiseerde criminaliteit heeft bijvoorbeeld impact op lokale overlast en leefbaarheid. Denk aan wietkwekerijen op zolder bij sociale huurwoningen en aan straatdealers.
Ook komen handhaving van de openbare orde en van het strafrecht steeds meer in elkaars verlengde te liggen. Kijk naar voetbalvandalen die soms criminele samenwerkingsverbanden aangaan. En verder zien we dat de grens tussen fysieke veiligheid (rampen) en sociale veiligheid (criminaliteit) vervaagt. Neem de veiligheid rond grote evenementen waarbij het OM en de politie nauw samenwerken met de organisatie, met de gemeente, GGD en de brandweer.
En zo komen we via het jaarbericht en ‘Perspectief op 2010’ dan toch weer uit bij de toekomst. Met als toekomstbeeld een veiliger en rechtvaardiger Nederland. Het OM draagt daar - vanuit de eigen positie – graag aan bij. Zoals wij al 200 jaar met volle overtuiging en inzet hebben gedaan. Op naar het volgende eeuwfeest.
De aan mijn voorzitterschap verbonden wettelijke termijn eindigt 1 juni 2011. Het ga u, het OM en zijn medewerkers en de veiligheid in ons land goed!
Harm Brouwer

Foto: Peter van der Struijs.